
50 jaar Dematra: een reden om te feesten, terug te blikken én vooruit te kijken. Wie anders dan Geert De Jaeger is daarvoor beter geplaatst? Hij bouwt al 47 jaar mee aan een familieverhaal dat startte met zijn vader Marcel en één bestelwagen, en groeide uit tot een topspeler in de logistiek en warehousing. “Ik ben niet iemand die terugblikt, maar vooruitkijkt” klinkt het bij Geert wanneer hij ons verwelkomt in zijn kantoor. “Maar ik denk wel dat mijn vader trots zou zijn op wat we ervan gemaakt hebben.”
50 jaar Dematra, Geert. Proficiat.
Wat betekent dit jubileum voor jou?
“Ik ben enorm fier. Ik verschiet er ook wel van hoe snel die 50 jaar zijn voorbijgegaan - en dat ik zelf al 47 jaar mee aan die kar duw en trek. We zijn letterlijk én figuurlijk stevig gegroeid. Toch is het ondernemen vandaag niet zo heel anders dan vroeger: het is continu keihard werken. Vandaag draait de wereld 24 uur op 24 en 7 dagen op 7, zéker in de logistiek - je moet mee zijn met die realiteit.”
Hoe zag jouw realiteit eruit toen je bij Dematra begon?
“Ik was toen gewoon chauffeur en sleurde de hele dag met van alles" (lacht). Ik had nooit durven dromen dat we ooit zo ver zouden staan. We hebben de zaken eigenlijk nooit op lange termijn uitgedokterd. Je leefde dag per dag, deed je job en probeerde het bedrijf mee overeind te houden. Dat gold zowel voor mij als mijn broer, die er mee in zat.”
Kan je dat prille begin nog eens kort schetsen?
“Mijn vader was landbouwer. In 1962, toen ik geboren werd, zijn we na een onteigening in Deinze terechtgekomen. Hij had 8 kinderen, en moest die kunnen vervoeren. Met het bestelbusje dat hij daarvoor kocht, begon hij ook leveringen te doen. Toen dat succes had, werd dat busje een bedrijfje. Dat was ons bescheiden begin in het transport en de logistiek.”

Zijn er lessen uit die tijd die je vandaag nog toepast?
“Je komt er enkel in het leven als je hard werkt. Die zin is er door mijn ouders echt ingehamerd. Mijn vader had een grote werkethiek, alle kinderen moesten in de vakanties gaan werken. Dat klinkt misschien als dwang, maar voor ons was het de normaalste zaak ter wereld. Ik heb in serres gewerkt, tomaten getrokken, bloemkool gesneden, in tearooms pannenkoeken gebakken - dat moest gewoon. Ik deed het gelukkig allemaal wel graag.”
“Mijn vader is overleden toen ik 16 was. We waren met z’n achten thuis. Vanaf mijn 18de tot mijn huwelijk op mijn 26ste heb ik samen met mijn broer voor de familie gewerkt, zodat mijn moeder, mijn zussen en wij zelf een leven konden opbouwen. Eerst als chauffeur, om me daarna te focussen op het commerciële. De auto nemen, rondrijden, klanten zoeken en je bedrijf of service aanprijzen: dat lag me wel, en heeft me altijd geboeid.”
Heb je ook bepaalde skills gemist?
“Zeker. Ik heb geen talenknobbel zoals mijn broer Stefaan of zoals mijn kinderen. Dat heeft mij parten gespeeld bij de groei van Dematra. Noord-Frankrijk en Wallonië waren altijd dichtbij, maar voelden als een drempel, omdat ik me niet kon uitdrukken in het Frans. Nu is dat anders: we hebben een aantal zéér mooie klanten in Wallonië.”
Je komt er enkel in het leven door keihard te werken: die gedachte is er bij ons thuis ingehamerd.
Hoe heb je aanvankelijk het bedrijf doen groeien?
“Mijn broer en ik hadden elk onze eigen kwaliteiten, en een duidelijke rolverdeling. Hij deed toen de financiën en het personeel, en ik deed het commerciële en de planning. We vonden goede klanten en een prijszetting waar we iets aan konden verdienen. We wilden niet de grootste worden, maar wel rijk en sterk genoeg zijn om ons bedrijf te doen groeien aan ons tempo. Daar zijn we in geslaagd.”
Ging dat altijd van een leien dakje?
“Absoluut niet. We hebben veel zwarte sneeuw gezien in die tijd. Ook met de banken was het niet altijd eenvoudig: als de zon schijnt geven ze je een paraplu, eens het begint te druppelen zijn ze weg. Je hebt ze nodig natuurlijk, maar je leert uit ervaring wel om als bedrijf je eigen boontjes te doppen, om zo onafhankelijk mogelijk te zijn. Het bedrijf is ons kind, hé.”
Hoe ben je van plan dat ‘kind’ nog verder te laten groeien?
“We hebben een sterke basis van gebouwen, vrachtwagens, etc. Maar ook je mensen moeten mee zijn met het verhaal. Zelfs als je begint om 6 u ‘s morgens en eindigt om 19 u ‘s avonds zoals ik, kan je het niet allemaal zelf. Leren delegeren is een ding. Je hebt sterke mensen nodig, geen jaknikkers. Liefst van al ook mensen die even enthousiast zijn over het bedrijf als jij zelf.”
Je hebt sterke mensen nodig, geen jaknikkers.
“Dat is niet eenvoudig. Mensen komen aan boord in een bedrijf van een bepaalde omvang, er is lang veel micromanagement geweest, en een zwakke structuur. We counteren dat nu met toptalent op sleutelposities, mensen die hun verantwoordelijkheid nemen, met ambitie en visie. Je moet een onderneming constant bijsturen, en investeren in goede mensen.”

Het volautomatische magazijn, waarmee Dematra de toekomst van de sector vormgeeft - was dat ook een kwestie van ‘constant bijsturen’?
“Absoluut. Ik geloof heel hard dat automatisering de toekomst is, dat dit de richting is waar we met logistiek en warehousing naartoe gaan. Het was een berekend risico, maar met het juiste buikgevoel.”
En niet het eerste, blijkbaar.
“Klopt. We hebben verhuizingen meegemaakt, overnames, maar één van de grootste mijlpalen was de aankoop van dit eerste gebouw hier, waarvan mijn broer zei: ‘Dit is zot, als er iets misgaat is het boeken toe’. Maar ik heb op buikgevoel gehandeld, en op de kennis dat deze locatie aan de snelweg fantastisch was. Dat bleek de juiste zet.”
Was het nieuwe magazijn net zo’n risico?
“Eigenlijk wel. Maar 1/3 van de ruimte was op dat moment contractueel gereserveerd. Oorspronkelijk ging de bouw niet van start alvorens het voor 2/3 gevuld was. Gezien de duurtijd van de bouw hebben we alsnog de sprong gewaagd, en zijn we tijdens het bouwproces volop op zoek gegaan naar de juiste klanten voor dit type gebouw.”
Wist je al van in het begin dat dat gebouw een blauwdruk voor de toekomst moest worden?
“Ja. Het is zelfs nooit in mij opgekomen om er een ‘klassiek’ magazijn van te maken. Toen mensen van Clarebout mij vertelden over de mogelijkheden van de rekken- en shuttletechnologie van Stow en Movu Robotics was het duidelijk dat hier de toekomst zat voor Dematra. Het was - en is - een huzarenstukje van 46 meter hoog, met plaats voor 80.000 palletten.”
Ons magazijn is een testcase voor doorgedreven automatisering. Daarom komen partners hier vaak langs voor referentiebezoeken.
In de hoogte bouwen was een noodzaak.
“Klopt. Het is niet enkel efficiënt en duurzaam - we konden ook niet anders, want er is hier geen industriegrond meer beschikbaar. We hebben het laatste lapje grond voor deze site optimaal gebruikt.”
Het magazijn kreeg aandacht van multinationals.
“Zij kijken met véél interesse naar dit type gebouwen op een kleine voetafdruk. Dat we zo’n massa palletten kunnen opslaan met zo veel bewegingen iedere dag, dat is ongezien. We waren de eerste in de wereld op dat niveau, of met dat volume. Het heeft geresulteerd in nieuwe, grote klanten. Voor FMCG (snel bewegende consumptiegoederen) is het alvast ideaal.
Hoe is het gebouw een afspiegeling van waar de sector naartoe gaat?
“Het is een testcase voor doorgedreven automatisering. Daarom komen onze partners hier geregeld langs voor referentiebezoeken. IT is een enorme vooruitgang geweest in deze sector. Ik zeg soms: ‘Warehousing en logistiek, dat is een betonnen gebouw met veel IT’. Daarmee wil ik geen afbreuk doen aan al de rest dat er bij komt kijken, maar de logistieke speler van de toekomst is diegene die de software, hardware én mensen op de beste manier laat samenwerken.”
“Ook duurzaamheid kan je niet meer wegdenken uit warehousing. Dit magazijn is daar een uitstekend voorbeeld van. Automatisering maakt processen efficiënter, waardoor je minder uitstoot. Met zonnepanelen op het dak wek je de stroom voor de shuttles op. En ook op de weg proberen we onze uitstoot te verkleinen, o.a. door in te zetten op elektrische vrachtwagens. Die trend zal zich de komende jaren voortzetten.”
Hebben zelfrijdende vrachtwagens een plaats in de toekomst die je schetst?
“Misschien wel, maar in België lijkt het mij nu nog te moeilijk. De densiteit is te groot, ons verkeer te complex. Maar gewoon elektrisch rijden is al een hele stap vooruit: daar sta ik voor 100% achter en is perfect voor korte afstanden. Uiteraard willen we op termijn af van vervuilende vrachtwagens.”
Hoe kijk je naar evoluties in AI voor de logistiek?
“We zijn die mogelijkheden volop aan het onderzoeken. Cédric (De Jaeger) is bezig met een nieuwe planningstool die werkt met AI. Het zal ons helpen om de planning in de toekomst nog beter te doen, de beladingsgraad van onze vrachtwagens te verbeteren, aan route-optimalisatie te doen, enzovoort.”

Wat zijn volgens jou de grootste uitdagingen voor de sector?
“Het chauffeurstekort blijft een aanhoudend probleem. Er zijn nog vraagstukken rond elektrificatie: we testen volop elektrische vrachtwagens, maar ons net moet het aankunnen. Ook op vlak van duurzame energie en vergunningen lopen de zaken in ons land altijd erg traag.”
“We hebben het vaak over gebouwen, over de vloot, over technologie. Maar het grootste vraagstuk is dat van het vervoer op de weg. Wat gaan we doen met al die vrachtwagens, met al dat verkeer? We hebben een aantal van de drukst bereden wegen van Europa.”
Hoe lossen we dat probleem op?
“Dat is voor de beleidsmakers, voor de Wetstraat 16. Kijk naar de Kennedytunnel, kijk naar Brussel en Antwerpen, die slibben dagelijks toe. Ik heb het gevoel dat ze in andere Europese landen al verder geëvolueerd zijn om het fileprobleem op te lossen. De groei van het verkeer valt niet meer te stoppen. Maar vrachtwagens die in de file staan, kosten ons natuurlijk een fortuin.”
Zijn er quick wins?
“Je kan beginnen met het aantal ongevallen terug te dringen door bijvoorbeeld gsm-gebruik achter het stuur volledig te verbieden. Dat is echt een plaag de laatste jaren, onze chauffeurs merken dat ook. Een tientonner laat je niet zomaar stoppen.”
Wat doet Dematra om de congestie op ons wegennet te counteren?
“We zetten in de toekomst volop in op logistieke hubs voor nachtshuttles, zoals in Genk. Zo omzeilen we de dagdrukte. Misschien komt daar binnenkort nog een derde hub bij.”
Consolideren blijft een belangrijke focus voor Dematra. Het is eten of gegeten worden.
Wat is het eerste dat je wil verwezenlijken in het nieuwe jaar?
“Er zijn plannen voor een ambitieus project in Nederland - gelijkaardig aan ons volautomatisch magazijn hier, maar dan nog groter en nog meer geautomatiseerd. Ik hoop uiteraard dat dat van de grond komt.”
Zijn er nog andere dingen die we Dematra mogen toewensen in 2026?
“Dat we een mooie groei blijven optekenen, dat de cijfers goed blijven. Dat klanten ons blijven vinden.”
Hoe zie je Dematra de komende jaren evolueren?
“Behalve het project in Nederland blijft consolidatie een belangrijke focus. In deze sector is het eten of gegeten worden - bedrijven overnemen die ons toegevoegde waarde kunnen bieden, blijft cruciaal. Het zou nog beter zijn als we sterke samenwerkingen kunnen aangaan met gelijkaardige spelers, maar we leerden uit ervaring dat je beter overneemt dan samenwerkt.”
“We hopen natuurlijk nog andere multinationals aan te trekken. Het geeft ons een boost als zulke bedrijven bij ons aankloppen. Onlangs kreeg ik nog een compliment van een van onze grootste multinational-klanten: ‘Dematra staat op een heel hoog niveau qua service, zelfs hoger dan giganten als DHL of Kuehne + Nagel’. Zo’n compliment van een klant doet mij nog altijd het meeste plezier.”
Je bent merkelijk dankbaar voor je klanten.
“Ja. Ik ben trots op mijn bedrijf en mijn mensen, maar we kunnen het ook enkel doen als er klanten zijn. En daar moet je alles voor doen. Niet alleen de grote, ook de kleine. Daar maak ik geen onderscheid in: iedere klant betaalt en krijgt een goede service. Dat moeten we elke dag waarmaken.”
Denk je soms na over Dematra na Geert De Jaeger?
“Dat moet. Het bedrijf moet onafhankelijk van mij kunnen voortbestaan. Een onderneming leiden vergt veel van een mens - ik heb er veel voor moeten laten, maar dat is de prijs die je betaalt. Daartegenover staat dat we iets hebben opgebouwd waar we fier op mogen zijn.”
“En wat de opvolging betreft - ik geloof dat we dat op de juiste manier aanpakken.
We bouwen aan een sterk team dat deze onderneming de toekomst in kan loodsen. En tot dan werk ik gewoon keihard verder - zoals ik het altijd gedaan heb.”
We bouwen aan een sterk team dat deze onderneming de toekomst in kan loodsen.
■
